HET WERK,
stap voor stap
Scroll door drie echte herontwerpen. De grafiek links verandert mee met de tekst, zo zie je precies welke keuze welk effect heeft. Dit zijn de drie voorbeelden die ik het vaakst tegenkom, en waarvan ik denk dat het beter, anders of duidelijker kan. De juiste keuze maken is niet altijd makkelijk. Het begint met drie vragen. Welke vraag wil je beantwoorden met de visualisatie? Voor wie maak je hem? En houd je aan de richtlijnen voor datavisualisatie?
↓ SCROLL
CASE I ACHT KEER DEZELFDE DATA, ACHT ANDERE CONCLUSIES
KOFFIEVERKOOP · KILO’S EN OMZETOnze omzet volgt het aantal verkochte kilo’s precies
LINKS KILO’S 30–170 · RECHTS OMZET 200–1.600 EURO
Twee lijnen, twee verschillende meetlatten.
Je krijgt de vraag om een overzicht te maken van de koffieverkoop van de afgelopen vijf maanden, in kilo’s en in euro’s. Je hebt de data per dag beschikbaar. Deze twee meetwaarden lenen zich goed voor een lijngrafiek. Blauw toont het aantal verkochte kilo’s koffie, groen toont de omzet in euro’s. Blauw hoort bij de cijfers links, groen bij de cijfers rechts. Die rechter as loopt van 200 tot 1.600 euro. Met die instelling liggen de twee lijnen bijna op elkaar. De conclusie die je daarbij schrijft luidt dat de omzet het aantal kilo’s precies volgt.
De omzet stijgt harder dan het aantal kilo’s.
De titel is anders! Wat is er veranderd? Alleen de rechter meetlat: hij begint nu bij 0 in plaats van 200. Daardoor schuift de groene lijn omhoog en ligt hij de hele periode boven blauw. Nieuwe boodschap: we halen meer euro’s uit elke kilo. In de cijfers is niets gewijzigd.
Meer kilo’s, geen euro’s erbij.
Nu rek ik de rechter meetlat op tot 6.400 euro. De groene lijn wordt platgedrukt tegen de onderkant en lijkt stil te staan, terwijl blauw omhoog schiet. De boodschap is precies het tegenovergestelde van stap 02: we verkopen meer, maar verdienen er niets extra aan. Zelfde data.
De omzet haalt het volume in.
Weer alleen de rechter meetlat aangepast. Nu begint groen onder blauw en kruist hij de blauwe lijn in maart. Zo’n kruising leest iedereen als een omslagpunt: “hier gebeurde iets”. Maar bij twee verschillende meetlatten bepaal je zelf waar de lijnen snijden. Het omslagpunt is verzonnen.
Nu pas kun je ze eerlijk vergelijken.
De tweede as is weg. Beide reeksen zijn omgerekend naar percentages en starten in januari op 100%. Wat je ziet is hoeveel elke reeks is gegroeid ten opzichte van zijn eigen startpunt: de omzet komt boven de kilo’s uit. Dus: we verkochten niet veel meer koffie, we verkochten duurdere koffie.
Eén lijn die de vraag direct beantwoordt.
Trek de kilo’s af van de euro’s. De blauwe lijn wordt dan een rechte streep op 0 procent, en groen laat zien hoeveel de omzet voorloopt. In maart is dat plus 47 procent, daarna zakt het terug naar ongeveer plus 14 procent. Eén lijn, één vraag, één antwoord. Er is geen tweede as meer die het beeld kan sturen. Deze aanpak oogt simpel, maar let goed op. Doordat alle herkenbare verkoopcijfers zijn omgezet naar een percentage, kunnen je gebruikers gaan twijfelen. Kies je voor deze weergave, leg dan duidelijk uit wat je hebt gedaan.
De makkelijkste oplossing: twee grafieken.
Haal de reeksen uit elkaar. Hier alleen de kilo’s, op een as die bij kilo’s hoort. Geen tweede meetlat, geen legenda, niets om verkeerd te lezen: van ruim 70 kilo naar 120 in vier weken, piek 134, daarna terugzakkend naar 97.
Twee eenvoudige beelden zeggen genoeg.
Dezelfde behandeling voor de omzet: eigen as, netjes vanaf nul. Verdubbeld in maart, piek €1.330, nu €860 — zo’n 35% onder de piek. Naast elkaar gezet vertellen deze twee grafieken hetzelfde verhaal als stap 05 en 06, maar je hoeft er niets bij uit te leggen. Stap 05 en 06 zijn krachtiger, maar vragen dat je je publiek meeneemt in indexeren en verschilrekenen. Het is dus een kwestie van kiezen: hoeveel uitleg past bij dit publiek?
Dit is geen mening van mij alleen.
Stephen Few schreef in 2008 het standaardstuk over dubbele assen: door twee reeksen los van elkaar te schalen nodig je de lezer uit om de hoogtes te vergelijken, terwijl die vergelijking betekenisloos is. Hij kan geen enkele situatie bedenken waarin een tweede as beter werkt dan de alternatieven — en noemt precies de twee die je hierboven zag: reeksen in aparte grafieken naast elkaar, of omrekenen naar één schaal met een indexpunt. Jon Schwabish vat het kernprobleem samen: door de asgrenzen te kiezen kun je twee reeksen zo gecorreleerd laten lijken als je zelf wil. En Cole Nussbaumer Knaflic waarschuwt voor precies stap 04: een kruising lijkt nieuws, maar volgt alleen uit de gekozen schaal.
Liegen met data, of de data het verhaal laten vertellen?
Alle negen beelden hierboven komen uit één bestand. Er is geen cijfer aangepast, geen regel weggelaten. Het enige verschil is wat ík koos: welke as, welke grenzen, welke titel. Die keuze maak je altijd — ook als je er niet over nadenkt. Dat is precies waarom er geen neutrale grafiek bestaat: elke visualisatie is een beslissing over wat de lezer ziet en dus concludeert. Vraag je bij elk beeld af: helpt deze keuze mijn lezer de werkelijkheid te begrijpen, of helpt hij mij mijn punt te maken? Op dat verschil rust je geloofwaardigheid — en die verlies je maar één keer.
Onze omzet volgt het aantal verkochte kilo’s precies
LINKS KILO’S 30–170 · RECHTS OMZET 200–1.600 EURO
Twee lijnen, twee verschillende meetlatten.
Je krijgt de vraag om een overzicht te maken van de koffieverkoop van de afgelopen vijf maanden, in kilo’s en in euro’s. Je hebt de data per dag beschikbaar. Deze twee meetwaarden lenen zich goed voor een lijngrafiek. Blauw toont het aantal verkochte kilo’s koffie, groen toont de omzet in euro’s. Blauw hoort bij de cijfers links, groen bij de cijfers rechts. Die rechter as loopt van 200 tot 1.600 euro. Met die instelling liggen de twee lijnen bijna op elkaar. De conclusie die je daarbij schrijft luidt dat de omzet het aantal kilo’s precies volgt.
Omzet stijgt harder dan het aantal kilo’s
RECHTS 0–1.400 EURO — DE AS BEGINT NU BIJ NUL
De omzet stijgt harder dan het aantal kilo’s.
De titel is anders! Wat is er veranderd? Alleen de rechter meetlat: hij begint nu bij 0 in plaats van 200. Daardoor schuift de groene lijn omhoog en ligt hij de hele periode boven blauw. Nieuwe boodschap: we halen meer euro’s uit elke kilo. In de cijfers is niets gewijzigd.
Meer kilo’s, geen euro’s erbij!
RECHTS 400–6.400 EURO — DE AS IS OPGEREKT
Meer kilo’s, geen euro’s erbij.
Nu rek ik de rechter meetlat op tot 6.400 euro. De groene lijn wordt platgedrukt tegen de onderkant en lijkt stil te staan, terwijl blauw omhoog schiet. De boodschap is precies het tegenovergestelde van stap 02: we verkopen meer, maar verdienen er niets extra aan. Zelfde data.
Omzet haalt volume in
RECHTS 500–1.400 EURO — DE AS IS SAMENGEPERST
De omzet haalt het volume in.
Weer alleen de rechter meetlat aangepast. Nu begint groen onder blauw en kruist hij de blauwe lijn in maart. Zo’n kruising leest iedereen als een omslagpunt: “hier gebeurde iets”. Maar bij twee verschillende meetlatten bepaal je zelf waar de lijnen snijden. Het omslagpunt is verzonnen.
Niet meer koffie verkocht, wel duurdere koffie
ÉÉN MEETLAT · BEIDE REEKSEN GEÏNDEXEERD OP JANUARI = 100%
Nu pas kun je ze eerlijk vergelijken.
De tweede as is weg. Beide reeksen zijn omgerekend naar percentages en starten in januari op 100%. Wat je ziet is hoeveel elke reeks is gegroeid ten opzichte van zijn eigen startpunt: de omzet komt boven de kilo’s uit. Dus: we verkochten niet veel meer koffie, we verkochten duurdere koffie.
In maart bracht elke kilo 47% meer op — nu nog 14%
OMZET MIN KILO’S — ÉÉN LIJN DIE HET VERSCHIL ZELF TOONT
Eén lijn die de vraag direct beantwoordt.
Trek de kilo’s af van de euro’s. De blauwe lijn wordt dan een rechte streep op 0 procent, en groen laat zien hoeveel de omzet voorloopt. In maart is dat plus 47 procent, daarna zakt het terug naar ongeveer plus 14 procent. Eén lijn, één vraag, één antwoord. Er is geen tweede as meer die het beeld kan sturen. Deze aanpak oogt simpel, maar let goed op. Doordat alle herkenbare verkoopcijfers zijn omgezet naar een percentage, kunnen je gebruikers gaan twijfelen. Kies je voor deze weergave, leg dan duidelijk uit wat je hebt gedaan.
Van 70 naar 120 kilo in vier weken
ALLEEN DE KILO’S · EIGEN AS, GEEN TWEEDE MEETLAT
De makkelijkste oplossing: twee grafieken.
Haal de reeksen uit elkaar. Hier alleen de kilo’s, op een as die bij kilo’s hoort. Geen tweede meetlat, geen legenda, niets om verkeerd te lezen: van ruim 70 kilo naar 120 in vier weken, piek 134, daarna terugzakkend naar 97.
De omzet verdubbelde in maart en staat nu 35% onder de piek
ALLEEN DE OMZET · AS VANAF NUL
Twee eenvoudige beelden zeggen genoeg.
Dezelfde behandeling voor de omzet: eigen as, netjes vanaf nul. Verdubbeld in maart, piek €1.330, nu €860 — zo’n 35% onder de piek. Naast elkaar gezet vertellen deze twee grafieken hetzelfde verhaal als stap 05 en 06, maar je hoeft er niets bij uit te leggen. Stap 05 en 06 zijn krachtiger, maar vragen dat je je publiek meeneemt in indexeren en verschilrekenen. Het is dus een kwestie van kiezen: hoeveel uitleg past bij dit publiek?
Indexeren of splitsen — twee routes die de experts aanraden
STEPHEN FEW (2008) · JON SCHWABISH (2022) · COLE NUSSBAUMER KNAFLIC (2016)
Dit is geen mening van mij alleen.
Stephen Few schreef in 2008 het standaardstuk over dubbele assen: door twee reeksen los van elkaar te schalen nodig je de lezer uit om de hoogtes te vergelijken, terwijl die vergelijking betekenisloos is. Hij kan geen enkele situatie bedenken waarin een tweede as beter werkt dan de alternatieven — en noemt precies de twee die je hierboven zag: reeksen in aparte grafieken naast elkaar, of omrekenen naar één schaal met een indexpunt. Jon Schwabish vat het kernprobleem samen: door de asgrenzen te kiezen kun je twee reeksen zo gecorreleerd laten lijken als je zelf wil. En Cole Nussbaumer Knaflic waarschuwt voor precies stap 04: een kruising lijkt nieuws, maar volgt alleen uit de gekozen schaal.
Liegen met data, of de data het verhaal laten vertellen?
ÉÉN DATASET · NEGEN BEELDEN · NEGEN CONCLUSIES — DE KEUZE IS VAN DE MAKER
Liegen met data, of de data het verhaal laten vertellen?
Alle negen beelden hierboven komen uit één bestand. Er is geen cijfer aangepast, geen regel weggelaten. Het enige verschil is wat ík koos: welke as, welke grenzen, welke titel. Die keuze maak je altijd — ook als je er niet over nadenkt. Dat is precies waarom er geen neutrale grafiek bestaat: elke visualisatie is een beslissing over wat de lezer ziet en dus concludeert. Vraag je bij elk beeld af: helpt deze keuze mijn lezer de werkelijkheid te begrijpen, of helpt hij mij mijn punt te maken? Op dat verschil rust je geloofwaardigheid — en die verlies je maar één keer.
CASE II DE AS DIE NIET BIJ NUL BEGINT
ZONUREN PER JAAR · TOP 10AS VAN 1.850 TOT 2.250 — HET VERSCHIL LIJKT ENORM
Tien jaren, enorme verschillen.
De tien zonnigste jaren, gesorteerd van veel naar weinig zonuren. 2025 is donker gemarkeerd. Wat je ziet: 2022 is vér uitgelopen en 2009 valt bijna weg. Kijk nu naar het eerste getal linksonder op de as.
De vorm zegt 28%, de cijfers zeggen 5%.
De as van deze grafiek begint niet bij nul, maar bij 1.850. En dat is het probleem. Bij een staafdiagram vertelt de lengte van de staaf het verhaal. Je ziet het effect meteen. 2022 lijkt bijna 1/3de langer als 2025. Maar het echte verschil tussen 2.235 en 2.125 zonuren is nog geen vijf procent. De as van deze grafiek begint niet bij nul, maar bij 1.850. En dat is het probleem. Begin je die as niet bij nul, dan kloppen de verhoudingen niet meer en laat je een ander verhaal zien.
Met de as op nul is het ineens saai.
Zelfde tien jaren, nu vanaf nul getekend en met de waarden in de staaf. Alles zit tussen 1.890 en 2.235 zonuren: tien bijna gelijke staven. Saai is hier de waarheid — en niemand hoeft meer te schatten, want het getal staat er gewoon.
Zeven van de tien zonnigste jaren zijn recent.
Nu de nep-verschillen weg zijn, valt het echte patroon op: alleen 1959 en 2003 komen uit een ander tijdvak — de rest is van de laatste tien jaar. Die twee jaren grijs maken en de conclusie in de titel zetten, en het beeld doet zijn werk in één oogopslag. Dat is de winst van een eerlijke as: je vindt pas iets als je niets verbergt.
Over dit punt is de vakwereld het eens.
Andy Kirk legt uit waaróm het misgaat: een staafdiagram lees je terug door de absolute lengte van de staaf te beoordelen — knip je die af, dan lees je iets anders dan er staat. Stephanie Evergreen is er absoluut in: bij staven moet de as altijd bij nul beginnen, want staven coderen hun waarde in lengte; kort je die in, dan wordt vergelijken misleidend. Datawrapper laat het beginpunt daarom niet eens instellen, met verwijzing naar onderzoek: lezers van een afgeknipte grafiek nemen de boodschap in overdreven vorm over. Alberto Cairo laat voor lijngrafieken wél ruimte voor een andere basislijn — maar bij staven niet, en over dat laatste zijn de bronnen eensgezind.
Je tool kiest het beginpunt. Jij bent verantwoordelijk.
BI- en andere software tools kiezen vaak zelf een “mooi” beginpunt zodra de waarden dicht bij elkaar liggen. Er komt geen waarschuwing, geen onderbreking in de as — alleen een grafiek die er verzorgd uitziet en het verschil overdrijft. Dat maakt dit de meest voorkomende fout in echte rapportages, en bijna nooit uit boze opzet. Vandaar dezelfde toetsvraag als bij het vorige voorbeeld: helpt deze keuze mijn lezer de werkelijkheid te zien, of helpt hij mij mijn punt te maken?
AS VAN 1.850 TOT 2.250 — HET VERSCHIL LIJKT ENORM
Tien jaren, enorme verschillen.
De tien zonnigste jaren, gesorteerd van veel naar weinig zonuren. 2025 is donker gemarkeerd. Wat je ziet: 2022 is vér uitgelopen en 2009 valt bijna weg. Kijk nu naar het eerste getal linksonder op de as.
AS VAN 1.850 TOT 2.250 · WERKELIJK VERSCHIL 2022 VS 2025: 5%
De vorm zegt 28%, de cijfers zeggen 5%.
De as van deze grafiek begint niet bij nul, maar bij 1.850. En dat is het probleem. Bij een staafdiagram vertelt de lengte van de staaf het verhaal. Je ziet het effect meteen. 2022 lijkt bijna 1/3de langer als 2025. Maar het echte verschil tussen 2.235 en 2.125 zonuren is nog geen vijf procent. De as van deze grafiek begint niet bij nul, maar bij 1.850. En dat is het probleem. Begin je die as niet bij nul, dan kloppen de verhoudingen niet meer en laat je een ander verhaal zien.
AS VANAF NUL · WAARDEN IN DE STAAF
Met de as op nul is het ineens saai.
Zelfde tien jaren, nu vanaf nul getekend en met de waarden in de staaf. Alles zit tussen 1.890 en 2.235 zonuren: tien bijna gelijke staven. Saai is hier de waarheid — en niemand hoeft meer te schatten, want het getal staat er gewoon.
Zeven van de tien zonnigste jaren vallen na 2015
AS VANAF NUL · 1959 EN 2003 GRIJS — DE REST IS VAN NA 2015
Zeven van de tien zonnigste jaren zijn recent.
Nu de nep-verschillen weg zijn, valt het echte patroon op: alleen 1959 en 2003 komen uit een ander tijdvak — de rest is van de laatste tien jaar. Die twee jaren grijs maken en de conclusie in de titel zetten, en het beeld doet zijn werk in één oogopslag. Dat is de winst van een eerlijke as: je vindt pas iets als je niets verbergt.
Bij staven lees je lengte — dus begint de as bij nul
BRONNEN: A. KIRK (NATUREJOBS) · S. EVERGREEN · DATAWRAPPER ACADEMY · A. CAIRO
Over dit punt is de vakwereld het eens.
Andy Kirk legt uit waaróm het misgaat: een staafdiagram lees je terug door de absolute lengte van de staaf te beoordelen — knip je die af, dan lees je iets anders dan er staat. Stephanie Evergreen is er absoluut in: bij staven moet de as altijd bij nul beginnen, want staven coderen hun waarde in lengte; kort je die in, dan wordt vergelijken misleidend. Datawrapper laat het beginpunt daarom niet eens instellen, met verwijzing naar onderzoek: lezers van een afgeknipte grafiek nemen de boodschap in overdreven vorm over. Alberto Cairo laat voor lijngrafieken wél ruimte voor een andere basislijn — maar bij staven niet, en over dat laatste zijn de bronnen eensgezind.
Je tool kiest het beginpunt, jij bent verantwoordelijk
ÉÉN DATASET · TWEE BEELDEN · TWEE CONCLUSIES — DE KEUZE IS VAN DE MAKER
Je tool kiest het beginpunt. Jij bent verantwoordelijk.
BI- en andere software tools kiezen vaak zelf een “mooi” beginpunt zodra de waarden dicht bij elkaar liggen. Er komt geen waarschuwing, geen onderbreking in de as — alleen een grafiek die er verzorgd uitziet en het verschil overdrijft. Dat maakt dit de meest voorkomende fout in echte rapportages, en bijna nooit uit boze opzet. Vandaar dezelfde toetsvraag als bij het vorige voorbeeld: helpt deze keuze mijn lezer de werkelijkheid te zien, of helpt hij mij mijn punt te maken?
CASE III TWEE CIRKELS DIE JE NIET KUNT VERGELIJKEN
KOFFIEVERKOOP PER SOORT · DIT JAAR VS VORIG JAARVIJF KLEUREN · LEGENDA ONDERAAN · GEEN WAARDEN
Twee cirkels, vijf kleuren, één legenda.
Links dit jaar, rechts vorig jaar, vijf koffiesoorten per cirkel. De vraag is: wat is er veranderd? Probeer het maar. Je moet per soort de kleur opzoeken in de legenda, dan het ene stuk vergelijken met het andere — en stukken van een cirkel vergelijken doen mensen slecht, want je moet hoeken schatten.
Met de getallen erin ga je rekenen.
Nu staan de aantallen in de stukken. Handig, maar let op wat er gebeurt: je bent niet meer aan het kijken, je bent aan het rekenen. Espresso ging van 119 naar 101, Macchiato van 25 naar 40. Dat leest de grafiek niet voor — dat doe jij, in je hoofd.
Vijf kleuren die niets toevoegen.
Ik geef alle stukken dezelfde tint. Wat ben je kwijt? Niets, want de kleuren stonden niet voor iets — ze onderscheidden alleen namen, en die namen kun je er ook bij zetten. Kleur is te kostbaar om aan labels te verspillen.
Naam, aantal en aandeel bij het stuk zelf.
De legenda kan weg: elk stuk draagt zijn eigen naam, aantal en percentage. Nu hoeft je oog niet meer heen en weer. Het blijft alleen lastig vergelijken tussen de twee cirkels — de stukken zitten op andere plekken en de totalen verschillen.
Markeer waar het gesprek over gaat.
Macchiato is het verhaal: van 25 naar 40, van 7% naar 14% van de verkoop. Donker gemarkeerd valt hij op in beide cirkels. Dit is het maximum wat je uit een cirkeldiagram kunt halen — en nóg moet de lezer twee beelden naast elkaar leggen.
Wil je verandering laten zien? Verbind de punten.
Zelfde cijfers, één beeld: links dit jaar, rechts vorig jaar, één lijn per soort. Nu zie je het in één blik. Espresso, Cappucino en Latte lopen omlaag; Macchiato en Lungo omhoog — Macchiato het sterkst. Geen hoeken schatten, geen legenda, geen hoofdrekenen. Een cirkeldiagram beantwoordt de vraag “hoe is het verdeeld?”. Deze vraag was “wat is er veranderd?” — en dat vraagt een ander beeld.
VIJF KLEUREN · LEGENDA ONDERAAN · GEEN WAARDEN
Twee cirkels, vijf kleuren, één legenda.
Links dit jaar, rechts vorig jaar, vijf koffiesoorten per cirkel. De vraag is: wat is er veranderd? Probeer het maar. Je moet per soort de kleur opzoeken in de legenda, dan het ene stuk vergelijken met het andere — en stukken van een cirkel vergelijken doen mensen slecht, want je moet hoeken schatten.
AANTALLEN IN DE STUKKEN — JE GAAT REKENEN IN PLAATS VAN KIJKEN
Met de getallen erin ga je rekenen.
Nu staan de aantallen in de stukken. Handig, maar let op wat er gebeurt: je bent niet meer aan het kijken, je bent aan het rekenen. Espresso ging van 119 naar 101, Macchiato van 25 naar 40. Dat leest de grafiek niet voor — dat doe jij, in je hoofd.
ÉÉN TINT — DE KLEUREN VOEGDEN NIETS TOE
Vijf kleuren die niets toevoegen.
Ik geef alle stukken dezelfde tint. Wat ben je kwijt? Niets, want de kleuren stonden niet voor iets — ze onderscheidden alleen namen, en die namen kun je er ook bij zetten. Kleur is te kostbaar om aan labels te verspillen.
LABELS BIJ HET STUK · LEGENDA OVERBODIG
Naam, aantal en aandeel bij het stuk zelf.
De legenda kan weg: elk stuk draagt zijn eigen naam, aantal en percentage. Nu hoeft je oog niet meer heen en weer. Het blijft alleen lastig vergelijken tussen de twee cirkels — de stukken zitten op andere plekken en de totalen verschillen.
MACCHIATO GEMARKEERD: VAN 7% NAAR 14% VAN DE VERKOOP
Markeer waar het gesprek over gaat.
Macchiato is het verhaal: van 25 naar 40, van 7% naar 14% van de verkoop. Donker gemarkeerd valt hij op in beide cirkels. Dit is het maximum wat je uit een cirkeldiagram kunt halen — en nóg moet de lezer twee beelden naast elkaar leggen.
Macchiato groeit hard, Espresso en Latte lopen terug
ÉÉN BEELD · ÉÉN LIJN PER SOORT · GEEN HOEKEN MEER SCHATTEN
Wil je verandering laten zien? Verbind de punten.
Zelfde cijfers, één beeld: links dit jaar, rechts vorig jaar, één lijn per soort. Nu zie je het in één blik. Espresso, Cappucino en Latte lopen omlaag; Macchiato en Lungo omhoog — Macchiato het sterkst. Geen hoeken schatten, geen legenda, geen hoofdrekenen. Een cirkeldiagram beantwoordt de vraag “hoe is het verdeeld?”. Deze vraag was “wat is er veranderd?” — en dat vraagt een ander beeld.